Make your own free website on Tripod.com

 Deel 2

 

Vervolgens de gebanden: alle 4 kleurslagen hierin waren aanwezig.

De roodzilvers ( 14x) waren van redelijke kwaliteit, 1x 95 punten voor Jørgen Nielsen (DK). Problemen zitten hem in de snavelkleur (te donker), de oogkleur (te veel rood) en type (te lang). Dieren met veel rood in de hals en banden hebben meestal een te donkere snavelkleur.

 

Bij de geelzilvers ( 24x) enkele hele mooie dieren, de sympathieke Duitser Ulrich Lahme (D) en Joachiem Reutter (DK) maken hier de dienst uit. Deze keer was het “oude rot” Lahme die de buit binnenhaalde. Met een 96 punten dier behaalde hij zijn grootste overwinning ooit. Deze kleurslag is de laatste jaren ook sterk verbeterd. Problemen zijn nog o.a.: achterhoofdsronding, keeluitsnijding, lange achterpartij en de kleur.

 

<= Geelzilver, doffer jong van Ulrich Lahme (D) met 96 punten

In Nederland zijn sinds kort ook geelzilvers. Ons lid Gerard Adriaanse heeft zich deze kleurslag aangeschaft.

 

De blauw zwartgebanden (10x) en de parelkleurig gebanden (9x) waren een Deense onderonsje. Evenals de bekousde blauw zwartgebanden

(18x).  Poul Erik Helveg, Bent Rasmussen en Vagn Henriksen zijn de bekende namen hier. De topdieren zijn hier betrekkelijk eenvoudig uit te halen. Hals- en beenlengte is meestal geen probleem. Kopvorm worden steeds beter. Zeker geen slechte dieren!!

Beste blauwzwartgeband, duivin jong van Poul Erik Helveg met 96 punten. =>

 

De witpennen maar liefst in 6 verschillende kleurslagen. Wat ik nog niet wist en wat ook niet in onze standaard staat vermeld is dat rood- en geelzilver ook in witpen erkent zijn!! (standaard zal hier op worden aangepast). Genoemde 2 kleurslagen waren wel aanwezig maar stelden weinig voor.

De zwartwitpennen (12x) waren van hoog niveau. Preben Strandgård moest helaas zijn meerdere erkennen in Klaus Hackmann. Een werkelijk sublieme duivin van Preben werd tot 85 punten gedegradeerd vanwege een “deukje” in de neusdop. De ambterende Duitse keurmeester had zich enigszins vergaloppeerd wat niet in dank werd afgenomen door de Denen (lees: Preben). Ondanks een protest bleef de 85 punten staan. Het was een “smetje” op de show, dat we eigenlijk zo snel mogelijk moeten vergeten!!! De zwartwitpen van Hackmann was een topdier, maar moet wat mij betreft absoluut niet groter!!

De roodwitpennen (36x) waren goed in aantal. Vorig jaar is Strandgård gestopt met deze kleurslag, zijn opvolgers Ernst Heinecke (D) en Torben Vinther (DK) staan klaar maar hebben nog niet het niveau van een paar jaar geleden. Beide kwamen tot 95 punten. De Nederlandse inbreng beperkte zich tot 1 dier van Halsema: het behaalde 93 punten: de staart was helaas niet geheel compleet.

<= Zwartwitpen, doffer jong van Klaus Hackmann met 96 punten.

 

De geelwitpennen (5x) zijn geheel in handen van Wilhelm Wunderlich (D). Omdat hij nog de enige is met deze kleurslag, is het heel moeilijk deze kleurslag te verbeteren. Het zelfde geldt voor de blauwwitpennen (5x). Echter hier een uitschieter met 96 punten. Een werkelijk prachtig dier voor deze moeilijke kleurslag.

 

Blauw zwartgeband witpen, man oud van Poul Erik Helveg met 96 punten. =>

 

De witstaarten waren er in zwart, rood en geel. Zwartwitstaart (4x) o.a. van Martin van Heeringen voldeden niet geheel aan de verwachting: 93 punten.

De roodwitstaarten (13x) waren prima van kwaliteit. Jørgen P. Jensen (DK) en Jürgen Waldemeier behaalden beide 95 punten. Het niveau ligt zo’n beetje op die van de roodwitpennen, dus lang niet slecht. Mooie koppen en fraaie types. De geelwitstaarten (10x) zijn sinds jaren het domein van Werner Larsen (DK), met 2x 95 punten scoorde hij behoorlijk, ook hier fijne types, maar koppen minder dan bij de rode.

Ook bij de Witpen-witstaarten 3 kleurslagen, waarbij de zwartwitpen-witstaart (11x) als beste geldt. Martin van Heeringen is de onbetwiste “Godfather”  van deze kleurslag. Helaas deze keer onttroont door zijn Deense rivaal Sven O. Pedersen. Martin, het siert hem, kon het wel waarderen. Wel behaalde hij de collectieprijs met 4 zwartwitpen-witstaarten.

 

<= Zwart witpen-witstaart, doffer jong van Svend O. Pedersen (DK) met 96 punten.

 

Bij de rode (8x) en gele (3x) witpen-witstaarten viel niet al te veel bijzonders, behalve dan het feit dat Martin zich enkele koppels rood heeft aangeschaft. We zullen de resultaten volgend jaar zien.

 

Bij de gehelmden heeft Paul Hofmann (D) enige concurrentie gekregen uit Denemarken. Tom Hæstrup snoepte hem de hoogste prijs weg en dat was volgens mij niet geheel terecht. Bij de Zwarthelmen (20x) sloeg Hæstrup toe, maar het dier had een “O” moeten hebben vanwege een “balkoog”. Verder een prachtig dier, maar 95 punten was veel te hoog. Bij de rode (9x) en de gele (1x) was de kwaliteit minder. De Blauwhelmen (9x)waren beter, Hofmann scoorde hier 95 punten met een oude doffer.

 

<= Zwart gehelmd, duivin oud van Tom Hæstrup met 95 punten.

 

De rood- en geel witschilden ( 5x en 4x)worden evenals de zwartschild (6x) alleen nog gefokt door Günter Buhtz (D). Moeilijke kleurslagen met helaas nog maar één fokker, nu heb ik begrepen dat Buhtz ermee ophoud vanwege gezondheidsproblemen. Hopelijk kunnen deze kleurslagen gered worden. De predikaten zullen niet zo snel hoog zijn, 1x 94 bij de geelwitschilden en 1x 94 bij de zwartschilden.             

Bij de Donkere branders (12x) is het niet veel anders, 3 Deense fokkers waarbij deze keer Tage Petersen met 95 punten voor een oude doffer het hoogst scoorde. Op de foto hiernaast is te zien dat deze vogel wel een erg lelijke hals had. De kopvorm is des branders, dus stijf en plat. Wel een goede hals- en beenlengte en korte staart, dat is wel verbeterd. Ook de kleur was mooi.

Donkere brander, doffer oud van Tage Petersen met 95 punten. =>

 

Ook de lichte branders waren present, met slechts 4 dieren. Kwalitatief zijn ze niet minder dan de donkere branders. Ze hebben een tijgertekening en de kleur moet chocoladebruin zijn met de kenmerkende zwarte band in de staart en “gebrande” slagpennen: een zwarte spiegel met een bruine zoming. Ze zijn prachtig om te zien maar ook heel moeilijk te fokken.

 

<= Lichte brander, duivin oud van Tage Petersen met 93 punten.

 

De stippers komen in 3 variaties voor. De Zilver- of Grijsstipper (26x) komt het meest voor en is sinds kort terug in Nederland. Type en stand, kopvorm, oog en oogrand zijn bij de betere dieren fraai. Het moeilijkste is de tekening, door inkruising met wit hebben veel dieren witte slag- of staartpennen en dat is uit den boze.

 

Grijsstipper, doffer jong van Anker Olsen met 96 punten. =>

 

 

Ten alle tijden moet er een zwarte vlek op een veer zitten. Het zijn dus geen witte en zwarte veren maar gevlekte veren. Ieder veer dient een vlekje te hebben, dus ook de slag- en staartpennen. Deense keurmeesters letten daar streng op! De 96 punten dier van Anker Olsen was prachtig, helaas een losse staartpen, maar daar viel de keurmeester niet over!

De Geelstippers (3x) zijn het zeldzaamst. Nog maar 1 fokker: Kristian Schriver (DK). Toch is het een prachtige kleurslag, die meer fokkers verdiend. De grondkleur is terracottageel en in de slag- en staartpennen zitten gele, witte en zwarte vlekken. Type en kop zijn duidelijk minder dan de grijsstippers.

<= Geelstipper, doffer oud van Kristian Schriver (DK) met 93 punten.

 

De bruinstippers (7x) waren in een slechte kwaliteit aanwezig. De kleuren waren veel te licht er waren te weinig vlekken aanwezig. In de bekousde varieteit: de bekousde bruinstippers (10x) was er wel kwaliteit en zowaar 3 fokkers. Een prachtige oude doffer met de juiste grondkleur nl. bruin ( niet dezelfde bruin als een brander!!). De vlekken waren mooi verdeeld en de slag- en staartpennen dienen bruine, witte en zwarte vlekken te vertonen. Type was leuk, kop wat vlak maar wel een mooie lichte snavel.

 

Bruinstipper bekousd, doffer oud van Mogens Andreasen (DK) met 95 punten. =>

 

Tenslotte de blauw gekraste (10x) waar ik helaas geen foto van heb, een nieuwe variëteit dat het redelijk doet. Günter Maas uit Duitsland scoorde het beste met 95 punten.

 

Na de keuring hebben we zaterdag de gehele dag rondgelopen in de hal om de dieren goed te bestuderen. Ook andere rassen die op deze tentoonstelling stonden, waren de moeite waard, fraaie Oosterse Meeuwen, veel Engelse en Duitse Modena’s etc etc. Zaterdagavond was het feestavond in de Margrethe Hallen waar de Nederlandse en Duitse delegaties voltallig aanwezig waren, helaas maar zeer weinig bestuursleden van de Danke Tumlinger Special-klubben, wat op ons een slechte indruk heeft gemaakt. Een Europese moet iets bijzonders zijn en als er dan van verre fokkers komen om er één groot

(Europees) feest van te maken, mag volgens mij het organiserend bestuur niet ontbreken!! Het zij zo en het laatste is er nog niet over gezegd.


Geluiden waren er dat Nederland over 3 jaar de 3e Europese voor Deense Tuimelaars zou organiseren. Als het bestuur uit Denemarken dezelfde houding aanneemt als tijdens deze Tentoonstelling, denk ik dat we weinig fokkers uit Denemarken zullen aantrekken. Duitsland juicht een derde Europese in Nederland van harte toe. Er zijn reeds besprekingen gaande, maar er moet nog heel veel gepraat worden, wil het een “echt” Europees gebeuren worden!!

 


Vanaf links: Henk Kromkamp, Geert Siemons, Martin van Heeringen, op rug: Klaus Hackmann, Jörgen Vedel en Preben Strandgård.

 

Zondag 7 januari om 2 uur konden we uitkooien, na nog enkele dieren aangeschaft te hebben (en ook verkocht) uit de verkoopklasse, die drukker scheen dan de eigenlijke show op zondag! Laat, maar voldaan kwamen we zondagsavond thuis.

 

Wim Halsema

 

Terug naar Deel 1